| Sitemap |   
De honingbij, Apis mellifera De honingbij, Apis mellifera
Geschiedenis
Taxonomie
Anatomie
Het bijenvolk
Door het jaar heen...
Bijengezondheid Bijengezondheid
Parasitologie Parasitologie
Bijenziekten Bijenziekten
Toekomstige bedreigingen Toekomstige bedreigingen

Geschiedenis

 

Toen zo'n 10.000 jaar geleden de laaste ijstijd eindigde, leefde er in het noorden van Europa geen honingbijen. De klimatologische omstandigheden lieten dit niet toe. In het zuiden van Europa, in Italië, Spanje en de Balkan leefden er wel bijen. Toen het klimaat langzaam veranderde en de gemiddelde temperatuur hoger kwam te liggen, werd het voor bijen mogelijk om zich in noordelijke richting uit te breiden. Aangezien de bijen uit Italië zich vanwege de Alpen niet in noordelijke richting konden uitbreiden, is het waarschijnlijk dat via oost Europa en/of via Spanje bijen zich in noordwest Europa hebben gevestigd. Broeder Adam maakt in zijn boek de teelt van de honingbij duidelijk dat waarschijnlijk de Noord-afrikaanse bij, de Apis mellifera intermissa een grote rol heeft gespeeld bij het koloniseren van het noorden van Europa. Hieruit zou wellicht 'onze' bij, de Apis mellifera mellifera zijn ontstaan. Vanuit spanje zouden via beide zijden van de Pyreneen bijen ongehinderd noordelijks hebben kunnen migreren.

 

 

 
Ook ver voor de laatste ijstijd waren er bijen. Er zijn bijen in barnsteen van bijna 50 miljoen jaar oud aangetroffen. Ook in het zuiden van Duitsland zijn zeer oude fossielen gevonden. Deze oervormen lijken veel op de huidige honingbij, maar zijn er niet gelijk aan.  
    

De bijenhouderij

 

 

 

Honing en vruchten waren tot 400 jaar geleden de belangrijkste bron van zoetstoffen. In 1600 kwam door import van suikerriet door de Portugezen en de Spanjaarden hier een eind aan. Vanaf 1800 kwam hier tevens de suikerbiet bij. Ook de bijenwas en de uit honing gemaakte wijn mede waren (en zijn nog) geliefde produkten. Voor kunstenaars bijvoorbeeld was bijenwas belangrijk bij het batikken en het gieten van beelden. Honingwijn bevatte bijna twee keer zoveel alcohol als gewone wijn en was dus een verraderlijke drank. St Olga, een Slavische heilige, zou op de begrafenis van haar zoon in het jaar 946 ongelimiteerd mede hebben geschonken. Haar vijanden die ze voor de begrafenis had uitgenodigd, zopen zich een stuk in de kraag en werden één voor één afgeslacht. In 1489 overkwam ook de Tartaren iets soortgelijks. Russische soldaten lieten een grote hoeveelheid mede achter maar keerde terug om de klus af te maken toen de mede haar werk had gedaan en de Tartaren ladderzat waren.

 
 
Uit de moeite die mensen vroeger deden om bijennesten op te sporen en leeg te halen blijkt wel hoe belangrijk honing voor ze was. Het verzamelen ervan moest wel een zeer pijnlijke aangelegenheid zijn geweest en wellicht dodelijk voor mensen die allergisch waren voor bijengif. Om nesten op te sporen werden bijvoorbeeld enkele bijen gevangen. Wanneer een bij werd losgelaten vliegt ze terug in de richting van het nest. Ze werd gevolgd en eenmaal uit zicht werd de volgende losgelaten enzovoort. Omdat de nesten meestal hoog in bomen zitten, waren ze moeilijk bereikbaar. Tevens moesten de raten uit de nesten worden gebroken. Het bijenvolk kon daardoor, afhankelijk van de tijd van het jaar, dood gaan.    
                           
Honingverzamelaar, 6000 v Chr. (Spanje)           Klimmende verzamelaar, Steentijd (Z-Afrika)  
   
De oudste bijenwoningen kennen we van Egyptische tekeningen. Het waren cylinders van klei met een volume van omgeveer 10 liter. Het is niet duidelijk of ze van achteren konden worden geopend. Op sommige plaatsen in het Middellandse-Zeegebied kan je de moderne versie van deze bijenwoningen nog steeds in gebruik zien. Omstreeks 1180 v Chr. offerde Ramses III maarliefst 14000 kilo honing aan de Nijlgod. De Egyptische bijenhouderij moest dus wel vruchtbaar geweest zijn. De overlevering wil dat de bijenhouders hun bijen met vlotten over de Nijl vervoerde en zo het bloeiseizoen volgden.    
   
 2400 v Chr. Het  bereiden van honing, afgebeeld op een Egyptische tempel. Helemaal links de gestapelde cylindrische bijenwoningen.  
   
De Grieken en later ook de Romeinen gebruikten hetzelfde model maar dan groter (tot 25 liter). Er bestaan nog intact gebleven bijenwoningen van ongeveer 1450 v Chr. Tijdens de Romeinse tijd werden diverse bijenwoningen aangetroffen. Onder andere boomstammen, rieten cylinders en kasten van gevlochten venkelstelen. Ze bestonden meestal uit een lange holle ruimte met het vlieggat aan de ene kant en een deksel aan de andere kant. De bijenhouderij kwam tot een enorme bloei in de landen aan de Middellandse Zee want in 180 v Chr. werd er op Corsica door de belasting 90.000 kilo bijenwas gevorderd. Een opbrengst die waarschijnlijk kwam van 100.000 bijenwoningen.    
   
In Noord-Europa ging het er anders aan toe. Wanneer bijenhouders een bijenvolk in een boom ontdekte, kerfde ze hun initialen in de schors om aan te geven dat ze aanspraak maakte op de bijen. Landeigenaren mochten bomen met bijen niet kappen. Om bij de honing te komen, klom de imker naar boven en maakte een gat in de achterkant van de nestholte. De oudste afbeeldingen hiervan dateren van zo'n 2000 jaar geleden.    
   
 Duitsland, 1774. Imkers oogsten honing (links) en een berenval (rechts)  
   
Zo'n 2000 jaar geleden werd in Noord-Europa de omgekeerde tenen mand, de voorloper van de bijenkorf, populair. Met het vestigen van bijen in woningen op de grond werden grotere opbrengsten mogelijk. De bijenhouderij was ook in Europa succesvol. De parochiebelasting voor de St Janskerk in Novogrod bedroeg in het jaar 1136 ongeveer 350.000 kilo bijenwas!   
   
1568, imkers met rieten beschermvizier aan t werk.     
   
   
  Kap met rieten vizier en pijp.  
   
Bijenkorven zijn zeer lang populair geweest. Ze zijn er in vele vormen en maten en pas in 1851 werd de bijenkast met uitneembare ramen geïntroduceerd. Tot op de dag van vandaag werken imkers nog met korven. De bijenkorf, die bestaat uit dikke ringen van gevlochten stengels stro, was veel dikker en steviger dan de tenen mand. Ze had echter ook grote nadelen want om de honing te oogsten moeten de bijen uit de korf gedreven worden en de raten worden uitgebroken. Van het volk blijft dan niet veel over. Er werden wel opzetstukken ontworpen die tijdens perioden van overvloedige dracht opgezet konden worden. Ook kon men korven van onderen met ringen uitbreiden zodat de bijen de raten verder konden uitbouwen en er honing in opslaan. Door een ijzeren draad tussen de ringen door te trekken, kon later deze raat geoogst worden.    
   
 Observatiekorf met glazen opzetstukken                             Uitbreidingsringen bijenkorf  
   
   
 Diverse typen bijenkorven, de meest linkse heeft extra ringen gekregen aan de onderkant  
   
   
    Een kijkje in een bijenkorf  
   
Vanaf 1851 werden de bijenkasten met uitneembare ramen populair. Doordat ontdekt werd (door L.L. Langstroth) dat bijen een ruimte van minder dan 3 mm dichtkitten met de harsachtige stof propolis, ruimten tussen 3 en 9 mm breed open laten als doorgang en ruimten breder dan 9 mm volbouwen met cellen werd het mogelijk een kast zo te ontwerpen dat de raten gemakkelijk uitgenomen en verwisseld konden worden. Hierdoor kan de honing veel gemakkelijker worden geoogst en kan het volk goed worden nagekeken op onregelmatigheden. Op dit momen is de moderne versie van de bijenkast de meest gebruikte bijenwoning.    
   
  Bijenkasten  
   
   
  Bijenkast met een raampje met bijen erop  
   
 Bronvermelding: 1. De Oude Imkerij, Jacobs en Plettenburg, 1979  
                            2. De honingbij, Gould en Gould, 1988  
                            3. De teelt van de honingbij, broeder Adam, 1982   
   
   
   
   
   
   
Home Contact Advies Training Coaching